1. Schrijfoefening: De impact van de setting (3 x 10 minuten)
In deze oefening werk je één situatie uit in een steeds andere setting.
A en B zijn huisgenoten. Voor de derde keer deze maand is A thuisgekomen van het werk, om te ontdekken dat B vergeten is de boodschappen te doen. Volgens hun takenlijst is dat echter iets wat B voor diens rekening zou moeten nemen. Het gevolg is dat er weinig in huis is. A heeft honger en is principieel over de takenlijst. B vindt dat A overdrijft.
Schrijf de scène waarin A de confrontatie zoekt met B drie keer uit. De situatie blijft dezelfde, maar de setting wordt telkens hieronder gegeven. Probeer na te gaan welke gevolgen er zijn voor de personages.
- In hun huis – bedenk dan wel waar in huis (er is meer dan één kamer!) en hoe dat huis er ongeveer uitziet.
- In de bibliotheek waar B werkt (denk aan de regels die in een bibliotheek gelden).
- Op het verjaardagsfeest van een gemeenschappelijke vriend(in).
2. Schrijfoefening: Gezellig griezelen (5 x 3 minuten)
Probeer de onderstaande locaties akelig te maken. Welke elementen ga je benadrukken? Welke extra elementen voeg je toe? (Overigens, wat de ene persoon akelig vindt, vindt de andere heel gewoon. Je mag in deze oefening je eigen gevoel volgen!) Som bij elke locatie een reeks aspecten op waardoor de sfeer ervan plots ongemakkelijk, griezelig of bevreemdend wordt.
- een openbaar zwembad
- een klaslokaal
- een voortuintje van een rijtjeshuis
- de wachtzaal van een dokterspraktijk
- een hondenasiel
