Uitgegeven bijUitgeverij Lannoo
maar eentje leesfragment
Leesfragment

Maar eentje? - Leesfragment

Steeds meer gezinnen bestaan uit één kind. Soms is dat een bewuste keuze, soms een realiteit die anders loopt dan gehoopt. Toch hangen er nog steeds hardnekkige clichés aan eenkindgezinnen.

‘Eén kind is zielig’

Enig kinderen worden bestempeld als geïsoleerd van anderen, en dat is zielig. Alleen: het klopt niet. Sandler benadrukt dat ‘enig kinderen op lagereschoolleeftijd meestal oké zijn’. Volgens haar onderzoek zijn ze ‘als adolescent net zo machteloos en eenzaam als andere kinderen’. De grootste uitdaging zit volgens haar in volwassen enig kind zijn, wanneer ze ‘de logistieke en existentiële nachtmerrie van de veroudering en dood van hun ouders alleen aangaan’.

Ellen, die zelf enig kind is, beaamt dat laatste. ‘Nu mijn ouders ouder worden, denk ik veel na. Wat als ze hulpbehoevend worden? Ik voel me heel verantwoordelijk omdat er niemand anders is die het kan doen. Het enige voordeel is dat er niemand anders is die het totaal anders aanpakt met hen of die mij over mijn grenzen laat gaan. Ik kan het gewoon op mijn manier doen.

Het goede nieuws is, aldus Sandler, dat ze ‘de sterkste primaire relatie met zichzelf ontwikkelen: enig kinderen ervaren vaak een sterke band met zichzelf, net omdat ze vaker tijd alleen of zonder andere kinderen doorbrengen en dus goed leren luisteren naar de innerlijke stemmen die weerklinken. Die worden niet overstemd door andere kinderen of door spel en geluid van de omgeving.’ Een goede relatie ontwikkelen met jezelf en op jezelf kunnen terugvallen maakt dat enig kinderen zichzelf doorgaans niet zielig vinden, al verschillen de ervaringen van persoon tot persoon, net zoals mensen met siblings zowel positief als negatief getuigen over hun ervaringen.

Bovendien hebben enig kinderen minder nood aan sociale bevestiging door anderen, omdat ze een sterke persoonlijke relatie met zichzelf ontwikkelen. ‘Solitude is the richness of self’, citeert Sandler een andere auteur. Een rijkdom dus, dat je in staat bent op jezelf te zijn. ‘Enig kinderen hebben geleerd goed gezelschap voor zichzelf te zijn. In waarden als rekening houden met en opkomen voor jezelf, autonomie en je eigen mening vormen, zijn enig kinderen spontaan beter. Ze vormen een groot vermogen tot onafhankelijkheid’ (2013).

Niet onlogisch: wanneer mijn dochter zich in een speeltuin begeeft, gaat ze er alleen heen. Ze ontmoet er andere kinderen die vastplakken aan hun broertjes of zusjes, waarbij de ene de andere introduceert en uitlegt hoe je je in sociale situaties begeeft. Maar mijn dochter treedt helemaal in haar eentje de andere kinderen in de speeltuin tegemoet.

‘Enig kinderen zijn eenzaam’

Is only lonely? Enig kinderen bekijken we vaak door die bril: van alleen-zijn, zonder contact met anderen. Maar is alleen wel eenzaam?

In de ogen van buitenstaanders treft interpersoonlijke eenzaamheid – gedefinieerd als het gebrek aan contact tussen mensen onderling – enig kinderen meer, omdat er geen andere kinderen aanwezig zijn. Maar het enige menselijke contact dat ontbreekt is een ander (permanent) inwonend kind. Een enig kind woont niet helemaal alleen. Er is op zijn minst één volwassene die onder hetzelfde dak woont. En doordat er geen onderlinge rivaliteit is voor aandacht van de ouders, kunnen we aannemen dat er geen sprake is van minder interpersoonlijk contact, veeleer integendeel. Het contact met eenkindouders is van een andere kwaliteit. Ze rapporteren meer een-op-eenspel met hun kind en meer afgestemdheid op individuele noden.

Een grote meta-analyse van 115 studies waarin enig kinderen vergeleken worden met kinderen met siblings (zowel in zelfrapportering als vanuit perceptie van de anderen) concludeert dat ‘enig kinderen niet hoger scoren in eenzaamheid dan eender welke andere groep’. Het is een populaire maar totaal ongegronde opvatting dat enig kinderen meer denkbeeldige vriendjes zouden hebben. Denkbeeldige vriendjes hebben is een normale adaptieve ontwikkeling, die evenveel voorkomt bij kinderen met als zonder siblings, en die vanzelf overgaat.

Mensen hebben een ‘natuurlijke hunkering naar sociaal contact’, leggen eenzaamheidsonderzoekers uit in Sandlers boek. Voornamelijk enig kinderen ‘zijn hongerig naar connectie, waardoor ze buitengewoon afgestemd zijn op de verantwoordelijkheid en de verwachtingen die komen met het bouwen van langdurige, blijvende relaties. Een kindertijd als enig kind is niet eenzaam – het bereidt je uitstekend voor op een bloeiend sociaal leven.’

Tegen populaire veronderstellingen in zijn enig kinderen meer bedreven in contacten smeden. Ik kan zelf vaststellen hoezeer mijn dochter in sociale situaties een verbinder is. Ze legt contacten tussen groepjes kinderen en zorgt dat ook zij met elkaar spelen. Ze is er ontzettend vaardig in en verrast me telkens met nieuwe vriendjes van verschillende leeftijden die haar enthousiast uitzwaaien wanneer we vertrekken. Enig kinderen worden beschreven als ‘de lijm’ in een vriendengroep.

En ja, uiteraard zijn er ook enig kinderen die veel moeilijkheden ondervinden op sociaal gebied of die wel degelijk eenzaam zijn. Geen enkele individuele ervaring van een enig kind kan vertaald worden naar het prototype ervan. Maar algemeen genomen is only niet automatisch ook lonely.

‘Je pikt ze er zo uit’

Enig kinderen zouden zich op een specifieke manier gedragen en daardoor opvallen. Volgens deze mythe zijn ze onaangepast (maladjusted), schreeuwen ze om aandacht, leggen ze hun eigen wil op aan anderen en drijven ze hun zin door. Het is eerder een selffulfilling prophecy die we zien dan het gedrag van de kinderen. Sandler stelt: ‘Enig kinderen stellen net minder gedragsproblemen op school en zijn vaker meer aangepast en meer gericht op gezelligheid, ook in groepscontext.’ Maladjusted? Niet dus.

De Amerikaanse sociaal-psycholoog Toni Falbo groeide als enig kind op in de jaren 1950 in Amerika. Ze werd erop aangesproken ‘niet over te komen als een enig kind’. Ze vroeg zich af wat mensen daarmee bedoelden en voerde in 1986 met Denise F. Polit een omvangrijke meta-analyse uit van wel 115 studies. Ze vergeleken vijftien karaktertrekken tussen kinderen met en zonder siblings.

Ze vonden geen bijzondere persoonlijkheid, wel integendeel. Er zijn bitter weinig verschillen tussen de beide groepen, en de verschillen die ze wel vonden, vielen uitsluitend positief uit voor de enig kinderen: ze zijn iets meer gemotiveerd om hun doelen te bereiken en hebben een iets groter gevoel voor eigenwaarde. Verder zijn ze even dominant, even volwassen, even coöperatief, even flexibel en even extravert als andere kinderen.

Zelfs met die ambitie en dat zelfvertrouwen valt het in latere studies nogal mee. In een ondervraging door Nederlands socioloog Ruut Veenhoven onderscheiden enig kinderen zich alleen doordat ze ‘naar eigen zeggen minder goed in sport zijn dan anderen’. In sociaal opzicht hindert hen dat niet: de enig kinderen zijn even populair onder leeftijdsgenoten.

De enige reden dat we enig kinderen kunnen ontmaskeren, is omdat ze gelukkiger zijn dan hun leeftijdsgenoten met siblings. Een grootschalig Brits longitudinaal onderzoeksproject toont dat duidelijk: hoe minder siblings kinderen hebben, hoe gelukkiger ze zijn. Enig kinderen zijn het meest tevreden.

Hoe meer siblings kinderen hebben, hoe ongelukkiger ze worden, vanwege pesterijen (sibling bullying) en onderlinge competitie. Bijkomend kenmerk is dat enig kinderen beter dan anderen in staat zijn om zichzelf bezig te houden en meer initiatief tonen in sociale situaties. Ze staan qua prestaties voor op andere kinderen, zeker wat hun spraakontwikkeling betreft. Het resultaat van veel ouderlijke aandacht.

Maar eentje?

Evi Van Mierlo
€ 24,99

Steeds meer gezinnen bestaan uit één kind. Soms is dat een bewuste keuze, soms een realiteit die anders loopt dan gehoopt. Toch hangen er nog steeds hardnekkige clich's aan eenkindgezinnen: een enig kind zou verwend zijn, zich eenzaam voelen of sociaal minder vaardig zijn.
Dit warme en eerlijke boek doorbreekt de mythes en taboes en biedt wat je als ouder echt nodig hebt: herkenning, antwoorden en perspectief.

Evi Van Mierlo schrijft openhartig over haar eigen ervaringen en die van tientallen andere ouders. Ze onderzoekt hoe je omgaat met de twijfels en vragen, de kritische opmerkingen van anderen en hoe je kunt bewegen in de unieke dynamiek van jouw gezinsvorm.
Tegelijk analyseert ze wat de wetenschap en maatschappijtrends zeggen over eenkindouderschap en ontkracht ze heel wat aannames. Met dit boek werpt ze een nieuw licht op het leven met één kind en helpt ze je de schoonheid van het eenkindouderschap te (her)ontdekken.

Voor alle ouders die het eenkindouderschap van binnenuit willen leren kennen en die op zoek zijn naar erkenning, begrip en handvatten.

Ik zal met dit boek de ergerlijke vooroordelen over enig kinderen nooit helemaal de wereld uit kunnen helpen, maar ik kan ze op zijn minst toch weerleggen.
 

Evi Van Mierlo