Uitgegeven bijUitgeverij Lannoo
Multitasken
Tips & Inspiratie

Mythes over multitasken

Multitasken, hoe doen mensen dat? Het korte antwoord is: niet. Niemand kan het. Multitasken bestaat namelijk helemaal niet. De letterlijke betekenis van multitasken is meerdere (multi) taken (tasks) tegelijk doen en dat is onmogelijk.
 

Je kunt maar één ding tegelijkertijd doen. Wat sommige mensen wel goed kunnen, is pijlsnel wisselen tussen verschillende taken, waardoor je het idee krijgt dat je het simultaan voor elkaar krijgt. Maar in werkelijkheid doe je niet meerdere dingen op exact hetzelfde moment.
 

Aandacht in je brein werkt als een zaklampje: je kunt heel snel het licht van links naar rechts of van boven naar beneden richten, maar je ziet altijd maar een van die plekken tegelijk. Dus als je bijvoorbeeld in de auto op je telefoon kijkt, ben je niet in staat om een bericht te lezen terwijl je op hetzelfde moment naar de weg kijkt, zo werkt je brein niet. Hoogstens kun je heel snel wisselen tussen deze twee activiteiten. En dat vlug switchen tussen activiteiten zien we vaak aan voor multitasken.
 

Hoe dan?

De hersenen van mensen zijn evolutionair ver ontwikkeld en dat geldt vooral voor onze prefrontale cortex, die wel een derde van onze cortex beslaat. Dankzij die prefrontale cortex ben je heel goed in staat om gecontroleerd je aandacht te geven aan taken die je belangrijk vindt. Je kunt erop gefocust blijven en je kunt ook flexibel wisselen tussen verschillende dingen waar je je op concentreert. Eind jaren negentig ontdekten wetenschappers pas de neurobiologie hierachter, dus hoe dit zit in je hersenen. Wel weten we al veel langer dat de prefrontale cortex belangrijk is voor controle over ons gedrag.

Onderzoek en experimenten

Hoe weten we dat de prefrontale cortex zoveel invloed heeft op de controle over je gedrag? In de jaren vijftig en zestig deed de Russische psycholoog Alexander Luria baanbrekend onderzoek naar de werking van de prefrontale cortex. Hij werkte met patiënten die hoofdwonden hadden opgelopen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Luria noteerde jarenlang grondig welke functies bij deze patiënten nog wel werkten en welke niet meer. Zo ontdekte hij dat de prefrontale cortex van enorm groot belang is om controle te hebben over je gedrag. Patiënten met een beschadiging aan de prefrontale cortex raakten bijvoorbeeld steeds hun huissleutels kwijt of konden bij het boodschappen doen moeilijk een planning maken als ze in de supermarkt waren. Ook waren ze minder goed in het beheersen van hun emoties.

Hoe switchen we?

Om beter te begrijpen hoe we nu precies zo goed kunnen multitasken – wat dus eigenlijk geen multitasken is, maar snel switchen tussen taken – is het belangrijk om te weten hoe we onze gedachten en acties sturen. Dus stel, je bent aan het koken terwijl je ondertussen ook berichtjes beantwoordt, hoe pak je dat dan aan in je hersenen en in je prefrontale cortex?


Als eerste is daarvoor de dorsolaterale prefrontale cortex belangrijk. Dorsolateraal betekent: aan de buitenkant gelegen. De dorsolaterale prefrontale cortex ligt aan de buitenkant van je prefrontale cortex en helpt je met het ordenen van informatie. Je benut hem bijvoorbeeld om te onthouden welke ingrediënten je wilt gaan gebruiken voor een gerecht, of om te onthouden wie de persoon is aan wie je een berichtje aan het sturen bent (die naam houd je actief in je werkgeheugen). Zo’n taak uitvoeren, zoals iemand een berichtje schrijven, is op zichzelf al best ingewikkeld. Maar als je twee of meer dingen – min of meer – tegelijk wilt doen, dan is het nog lastiger en moet je dorsolaterale prefrontale cortex keihard aan het werk. Omdat je je aandacht niet echt op twee dingen tegelijk kunt richten, zal er ook regelmatig iets misgaan. Blunders komen vaak voort uit te veel door elkaar heen doen. Je stuurt bijvoorbeeld ‘Ik hou van jou’ naar je baas in plaats van je partner doordat je ondertussen ook aan het sporten bent. Oeps! Ook op zo’n alarm-moment heeft de prefrontale cortex een belangrijke rol, maar nu gaat het om een ander deel ervan: de anterior cingulate cortex.


De anterior cingulate cortex is het tweede deel van je hersenen dat helpt bij multitasken. Het ligt in het midden van je hersenen. Dat we de anterior cigulate cortex veel noemen, is niet zo gek, want dit gebied van je hersenen controleert je gedrag en dat is immers in heel veel situaties belangrijk. Hij wordt bijvoorbeeld heel actief op het moment dat je een fout maakt, daarom noemen wetenschappers het ook wel het ‘oepsgebied’ in de hersenen. De anterior cingulate cortex is continu actief aan het bijhouden of er niks mis gaat. En als dat wel gebeurt, dan zal hij er meteen een alarmsignaal uitsturen. Je kunt je dus voorstellen dat de dorsolaterale prefrontale cortex en de anterior cingulate cortex heel nauw verbonden zijn en flink samenwerken.


Onderzoekers ontdekten trouwens dat de anterior cingulate cortex minder goed je fouten ‘monitort’ als je alcohol gedronken hebt. Dus als je aangeschoten of dronken bent, heb je minder snel door dat je ergens de mist mee ingaat. Ook als je heel moe bent, reageert de anterior cingulate cortex minder op het maken van fouten. Daarom liggen blunders eerder op de loer als je vermoeid bent. Koffie drinken lijkt weer wel goed om blunders te voorkomen of in elk geval snel op te merken. Want dankzij cafeïne reageert de anterior cingulate cortex juist extra sterk. Het cliché dat je met veel koffie op extra gefocust bent, klopt dus.
 

Onderzoek en experimenten

Hoe weten we of je je brein ook kunt trainen in multitasken? Ondanks alle hulp die je krijgt van je prefrontale cortex, mag het duidelijk zijn dat het niet zo makkelijk is om veel tegelijkertijd te doen. Je brein werkt beter als je je aandacht op een ding kunt richten. Toch kun je je brein wel trainen om beter te wisselen tussen taken (wat we vaak multitasken noemen). Wetenschappers onderzochten dat toen ze deelnemers heel veel verschillende computerspelletjes lieten spelen waarbij ze hun aandacht vaak tussen verschillende taken moesten wisselen.


Het bleek dat die deelnemers na een training steeds beter werden in het snel switchen tussen taken. Kortom: je kunt multitasken trainen. Wel bleek er altijd een switch cost te blijven; dat is de tijd die het duurt om van de ene naar de andere taak te wisselen. Dus ja: je kunt door veel oefenen beter worden in tegelijk koken en bellen, maar het zal nooit net zo goed gaan als een taak tegelijkertijd uitvoeren.
 

Breinfeit - Mannen en vrouwen

Wist je dat het een fabel is dat vrouwen van nature beter zijn in multitasken dan mannen? Het kan best zo zijn dat vrouwen beter multitasken, maar dat wordt niet verklaard door biologische verschillen. Een werkelijke oorzaak hiervoor is dat je goed kunt worden in multitasken door het veel te oefenen. Dus mannen kunnen net zo goed multitasken als vrouwen, als ze het maar vaak genoeg doen. Het is niet zo dat ze er van nature slechter in zijn.

Een dag in ons brein

Eveline Crone
€ 25,99

Hersenwetenschapper Eveline Crone is gefascineerd door de hersenen. Niet alleen om wat ze allemaal kunnen (gigantisch veel!), maar ook omdat werkelijk elk brein uniek is. Je hersenen worden immers gevormd door alle ervaringen die je tijdens je leven opdoet.

In Een dag in ons brein kijken we 24 uur mee in de hoofden van de bewoners van de Bolstraat. Ze dealen met onzekerheden, afwijzing, ouder worden, puberen, piekeren en het voortdurende multitasken. Maar ze genieten ook van vriendschappen, verliefd zijn, samenwerken, lekker eten en avonturen. Ondertussen komen wij te weten wat er in hun brein gebeurt waardoor ze voelen wat ze voelen, dat ze denken wat ze denken en reageren zoals ze reageren.

Wist je bijvoorbeeld dat:

  • Ervaringen uit je verleden bepalen hoe heftig afwijzing binnenkomt;
  • Pubers er serieus niets aan kunnen doen dat ze zo laat gaan slapen;
  • Vrouwenbreinen na de overgang vaker voor zichzelf kiezen;
  • Mensen voorgeprogrammeerd zijn om samen te werken.

We leren het brein kennen in verschillende levensfasen, telkens volgens de laatste - vaak verrassende - wetenschappelijke inzichten. Op die manier helpt Eveline Crone niet alleen jezelf beter te begrijpen, maar toont ze ook hoe meer breinkennis mensen dichter bij elkaar kan brengen, over generaties heen.