De bereidheid om te kijken
In ons dagelijkse doen zien we de werkelijkheid door de bril van waar we mee bezig zijn. Als iets daarbij in de weg staat, is het een obstakel. Alles wat daarbuiten valt is onbelangrijk, en als het zich toch opdringt, is het een verstoring. Daar is op zich niets mis mee. Integendeel, het is van levensbelang. Als we daar niet toe in staat waren, zouden we hopeloos verdwalen in de werkelijkheid. Maar het kan een ondraaglijke kramp worden. We kunnen er helemaal in vastlopen. De dingen die we buiten beeld houden, kunnen niet oneindig lang buiten beeld blijven. Blijkbaar is het net zo van levensbelang om momenten te creëren waarin we die kramp loslaten en simpelweg kijken. Niet met een bepaald doel maar met een open verwondering. Mindfulness is de bereidheid om te kijken met een houding van verwondering. Het is de bereidheid je niet af te wenden van wat moeilijk en lelijk is en de bereidheid om niet blind te zijn voor het mooie, het goede. Het is de bereidheid om aanwezig te zijn bij wat zich voordoet. Het woord bereidheid is hier essentieel. Daar zit het moment van keuze. Er is geen gemoraliseer, geen ‘je zou moeten’. De bereidheid om te kijken is een optie. Als je geen weet hebt van die optie, is er geen keuze. In mindfulnesstraining reiken we die optie dan ook bewust aan. We experimenteren ermee. Mindfulness maakt ons vertrouwd met de mogelijkheid ervan. In die openheid, in die aanwezigheid kunnen we geraakt worden, kunnen we ontroerd worden. Dit is de plaats waar creativiteit ontstaat. Dit is de bron waar schoonheid en verwondering ontspringen. Dat is wat we bedoelen met milde open aandacht. Het is eigenlijk dubbelop want open aandacht is mild, in tegenstelling tot selectieve aandacht, die uitsluit en oordeelt. We benoemen mildheid expliciet, zodat we die niet uit het oog verliezen. Het is een natuurlijk gegeven. In tragische omstandigheden keren mensen spontaan terug naar die openheid, om van daaruit weer verder te kunnen. Maar we hoeven niet op een calamiteit te wachten om die beweging te cultiveren. We kunnen milde open aandacht impliciet cultiveren, tussen de bedrijven door, in één ademhaling, in enkele minuten ademruimte. Of we kunnen er een aparte plaats en tijd voor creëren. In alle culturen vind je daar vormen van terug.
De bereidheid om te handelen
Mindfulness beperkt zich niet tot het matje of kussen. Vanuit de openheid die we in de oefening cultiveren, staan we weer op en gaan we wat doen. Doen en zijn gaan hand in hand. Ook hier geen gemoraliseer, geen ‘Gij zult…’. De bereidheid om te handelen vloeit als vanzelf voort uit de bereidheid om te kijken. We hebben er geen geboden of regels voor nodig. De werkelijkheid zien door de bril van waar we mee bezig zijn, zorgt voor stabiliteit. Kijken met open verwondering zorgt voor creativiteit. Het is een blijvend spanningsveld. Creativiteit zonder stabiliteit is chaos. Stabiliteit zonder creativiteit is verstarring. De bereidheid om te kijken laat ons toe om uit de verstarring los te komen en met meer vrijheid, meer moed, meer energie, meer creativiteit de wereld in te gaan en te doen wat nodig is. De openheid die we cultiveren, is ook de plek waar we elkaar kunnen ontmoeten. Het is de plaats waar mededogen ontstaat. Het is de plaats waar de ander niet gereduceerd wordt tot hulpmiddel of obstakel. Het is de plaats waar de ander als ander bestaansrecht krijgt. De bereidheid om lijden te zien, roept op tot actie. Als we bereid zijn het mooie en het goede te zien, kunnen we ertoe bijdragen. Dat is onze natuur. Het is juist als we onze ogen sluiten dat we verharden. In ieder ogenblik hebben we de vrijheid om onze eigen houding te bepalen, en daarmee ook de verantwoordelijkheid. Die vrijheid en die verantwoordelijkheid waarmee we in het leven staan, dat is waar het in mindfulness uiteindelijk over gaat.

