Hoe kijk jij naar slaap? Hoe ga je ermee om? Lees de onderstaande vragen en kijk of jij je erin herkent.
- Als je nu denkt over de nacht die komt, vrees je al meteen om de hele nacht wakker te liggen?
- Laat je afspraken, activiteiten, feestjes soms schieten, omdat je slecht geslapen hebt of omdat je bang bent dat je de nacht erop niet zal kunnen slapen?
- Wil je vrienden liever niet meer te laat op de avond ontmoeten?
- Heb je angst over hoe je morgen zal functioneren op je werk?
- Ben je terughoudend bij het maken van plannen voor een reis waarbij een overnachting hoort?
- Breng je geregeld je slaapprobleem ter sprake bij je gezin, collega’s, vrienden? • Vertel je anderen over je slaapklachten?
- Raadpleeg je zelfs ’s nachts slaaptips en advies op het internet, en zoek je lotgenoten op internetfora?
- Pas je je agenda aan je slaapklachten aan?
- Focus je je volledig op je slaap en verlang je dit eveneens van je omgeving?
- Moet je partner je op momenten dat het kan wat langer laten slapen?
- Verwacht je van partner dat die in de ochtend vraagt naar je nacht?
Als je overwegend ‘ja’ hebt geantwoord, dan is slaap je identiteit geworden. Besef dat slaap iets is wat je ervaart, en niet iets wat je moet presteren. Jij bent geen slechte slaper, maar je kampt tijdelijk met slapeloosheid en dat ga je nu goed aanpakken. Daarmee bedoel ik niet dat je slaap nog meer moet gaan zien als een controleproject. Het is een kwestie van loslaten en meebuigen met je lichamelijke signalen. Slaapfanatisme geeft spanning en verstoort niet enkel je slaap, maar ook je vrijheid en rust overdag.
